
De tuinen van het museum
Koetshuis achter in de tuin
In 1848 liet Baron van Westreenen (1783-1848) zijn woonhuis en zijn collecties na aan de Nederlandse Staat en werd het Museum Meermanno-Westreenianum gesticht. Achter dit museum bevindt zich een diepe, langwerpige tuin die afgesloten wordt door het vroegere stalgebouw. Daarin waren de paarden, de koetsen, het hooi én de koetsier ondergebracht. De huidige tuingevel stamt uit de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de staldeuren links, de stalramen rechts en het hooiluik boven plaats maakten voor tuindeuren en schuiframen. Sinds de jaren negentig dient dit gebouw, nu koetshuis genoemd, als leeszaal en als depot voor een deel van de collectie.
Hondengrafjes
In de tijd van de baron ging het stalgebouw schuil achter bomen en heesters, zodat de bewoners van het huis geen last hadden van het roskammen van de paarden en het beheer van de mestvaalt. Rechts tegen de voorgevel lag het kleine hondenkerkhof, waar de baron vier van zijn overleden geliefde viervoeters ‘met bedroefd gemoed’ liet bijzetten. Toen de gevel werd aangepast, werd de begraafplaats naar de linker tuinmuur verplaatst. De grafstenen zijn voorzien van roerende Latijnse inscripties: ‘Actaeon, een toonbeeld van ijdelheid en schoonheid’ of ‘Donau, trouw metgezel op verre tochten’.
De tuin als publieksruimte
Voordat het huis museum werd, bood de tuin plaats aan hokken voor de vele dieren (honden, kippen, konijnen en duiven), aan een moestuin en aan fruitbomen. Later was de tuin het privé-domein van de inwonende beheerder van het museum, de ‘custos’, die ook de tuin moest onderhouden. In 1960 kreeg het museum tentoonstellingsfaciliteiten, en de inwonende custos verdween. De tuin werd toegankelijk voor het publiek en moest daarvoor worden aangepast. In 1965 werd een kruis van klinkerpaden door het gazon aangelegd en werden de meeste bomen gerooid. Omstreeks 1974 kwam de huidige indeling van de tuin tot stand, naar een ontwerp van Jan Mol, medewerker van de Plantsoenendienst van de gemeente Den Haag. Het is een niet geheel stijlzuiver ontwerp dat elementen van de formele tuin, zoals geschoren buxushaagjes, bevat naast perken met bloeiende planten.
Achtergevel
De achtergevel van het museumgebouw ziet er voor het grootste deel nog uit als in het midden van de achttiende eeuw. Het bordes en de deurenpartij erboven stammen uit de tijd van Baron van Westreenen (jaren twintig 19de eeuw), terwijl de bovenste verdieping van de beide uitbouwen in de jaren zestig van de 19de eeuw werd toegevoegd.
Letterkunst in de tuin
Bij verschillende tentoonstellingen in het museum werd ook de tuin betrokken, zoals in 1987 toen het werk van de Engelse letterkunstenaar David Kindersley te zien was. Een zwarte stenen plaquette met vergulde letters, voor die gelegenheid door de kunstenaar gemaakt, houdt de herinnering levend aan de tentoonstelling David Kindersley’s Workshop. Letters in stone & glass and on paper.
Lettertuin
In de tuin van het rechter buurpand is in 2008 een Lettertuin ingericht, naar een ontwerp van de Haagse grafisch ontwerpster Karen Polder. Het is een tuin waarin de letters (van het type Bauhaus rounded) als speelobjecten functioneren: de eerste typografische speeltuin ter wereld. Je kunt er letters en woorden ontdekken, op de letters klimmen of je eigen spel verzinnen.